Voorspellingen van het allergierisico

 

Kleur Niveau Beschrijving van het risico
 
Geen

Er wordt geen stuifmeel in de lucht verwacht. Het risico op symptomen is theoretisch afwezig, alhoewel zeer plaatselijke blootstellingen stuifmeelallergieën kunnen veroorzaken.

 
Laag

Er worden kleine stuifmeelhoeveelheden in de lucht verwacht. Bij zeer gevoelige personen met een stuifmeelallergie kunnen lichte symptomen optreden. De gebruikelijke vermijdingsmaatregelen zijn reeds van toepassing.

 
Matig

Er worden matige stuifmeelhoeveelheden in de lucht verwacht. Ze veroorzaken symptomen bij personen met een stuifmeelallergie. De gebruikelijke vermijdingsmaatregelen zijn van toepassing.

 
Hoog

Er worden grote stuifmeelhoeveelheden in de lucht verwacht. Veel personen met een stuifmeelallergie zullen waarschijnlijk symptomen ontwikkelen. De gebruikelijke vermijdingsmaatregelen zijn van toepassing.

 
Zeer hoog

Er worden zeer grote stuifmeelhoeveelheden in de lucht verwacht. De meeste personen met een stuifmeelallergie zullen waarschijnlijk symptomen ontwikkelen. Het wordt sterk aanbevolen om alle buitenactiviteiten te vermijden.

 

Onderstaande kaarten tonen de verwachtingen voor vandaag en de komende drie dagen van het allergierisico voor stuifmeel. Houd er rekening mee dat voorspellingensgegevens alleen beschikbaar zijn tijdens de bestuivingsperioden van de els (januari-maart), de berk (maart-mei) en de grassen (mei-augustus).



 

Hoe worden deze verwachtingen gemaakt?

De voorspelling van het allergierisico gebeurt op basis van de aanwezigheid van stuifmeel van elzen, berken en grassen in de lucht. Deze pollenkorrels worden door lokale planten en bomen vrijgegeven afhankelijk van het weer. Wind verspreidt het stuifmeel naar andere gebieden waar het mengt met stuifmeel van lokale planten. Zo kunnen berken uit buurlanden bijdragen tot het voorkomen van pollenallergieën in België. De verwachte stuifmeelconcentraties worden berekend uit het basismodel SILAM (System for Integrated modelling of Atmospheric composition) dat aangepast werd voor België door het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI). Dit model wordt door het KMI aangestuurd en combineert weergegevens van het European Centre for Medium-Range Weather Forecasts met spreidingskaarten van elzen, berken en grassen.

Hoe betrouwbaar zijn deze verwachtingen?

De voorspellingen van het allergierisico vullen de veldwaarnemingen van Sciensano aan en waarschuwen allergiepatiënten een aantal dagen op voorhand voor de mogelijke verergering van hun symptomen. Het pollenvoorspellingsmodel is enerzijds afhankelijk van weersvoorspellingen en anderzijds van biologische processen. Met andere woorden, bovenop de meteorologische onzekerheden spelen ook nog eens de biologische onzekerheden. Een retrospectieve studie van de KMI-voorspellingen en de Sciensano-waarnemingen stelt vast dat de pollenvoorspelling voldoet aan de internationale wetenschappelijke criteria. Men moet echter steeds rekening houden dat de gevoeligheid van allergische personen zeer variabel is en dat lokale blootstellingen aan vegetatie en/of verontreiniging grote invloed kan hebben op de individuele beleving.

Waarom zijn deze verwachtingen alleen beschikbaar voor de els, de berk en de grassen?

De ontwikkeling van het basismodel verloopt stapsgewijs. Het berkenstuifmeel werd als eerste door het KMI in samenwerking met Sciensano toegepast in het SILAM-model voor België. Daarna volgden blootstellingsvoorspellingen voor graspollen en elzenpollen. Een succesvolle studie van het Finse Meteorologisch Instituut over het gebruik van het SILAM-model voor andere pollen (hazelaar, bijvoet, enz.) biedt perspectieven voor toekomstige toepassingen in België.

Waar komt deze informatie vandaan?

Deze informatie is afkomstig van de onderzoeksgroep Atmospheric Dispersion and Composition van het KMI en is het resultaat van een nauwe wetenschappelijke samenwerking met de unit Aerobiologie van Sciensano. De verwachtingen zijn gebaseerd op het basismodel SILAM dat ontwikkeld werd door het Finse Meteorologisch Instituut (FMI). De Europese verwachtingen, gegenereerd op basis van SILAM en andere modellen, kunnen ook worden geraadpleegd op de websites van het FMI en Copernicus.

 

Wetenschappelijke referenties

  • Verstraeten WW, Kouznetsov R, Bruffaerts N, Sofiev M, Delcloo AW. Assessing uncertainty in airborne birch pollen modelling. Aerobiologia. 2024. DOI: 10.1007/s10453-024-09818-w.

  • Verstraeten WW, Kouznetsov R, Hoebeke L, Bruffaerts N, Sofiev M, Delcloo AW. Modelling grass pollen levels in Belgium. Science of the Total Environment. 2020, 26; 753:141903. DOI: 10.1016/j.scitotenv.2020.141903.

  • Verstraeten WW, Dujardin S, Hoebeke L, Bruffaerts N, Kouznetsov R, Dendoncker N, Hamdi R, Linard C, Hendrickx M, Sofiev M, Delcloo AW. Spatio-temporal monitoring and modelling of birch pollen levels in Belgium. Aerobiologia. 2019. DOI: 10.1007/s10453-019-09607-w.

  • Sofiev M, Vira J, Kouznetsov R, Prank M, Soares J, Genikhovich E. Construction of the SILAM Eulerian atmospheric dispersion model based on the advection algorithm of Michael Galperin. Geosci. Model Dev. 2015, 8, 3497–3522. DOI: 10.5194/gmd-8-3497-2015.

  • Sofiev M, Siljamo P, Ranta H. et al. A numerical model of birch pollen emission and dispersion in the atmosphere. Description of the emission module. Int J Biometeorol. 2013, 57, 45–58. DOI: 10.1007/s00484-012-0532-z.