Veelgestelde vragen

Onze dienst verzorgt de dagelijkse verspreiding van de resultaten van de pollen- en sporentellingen ; dit heeft als doel het medische korps en het publiek te informeren over de aanwezigheid en de evolutie van de belangrijkste allergenen die in de lucht aanwezig zijn. Elke week kan u de resultaten van de vijf inzamelposten (Brussel, De Haan, Genk, Marche-en-Famenne en Baudour) ontvangen.

De wekelijkse resultaten van de pollentellingen, een grafische voorstelling van deze resultaten en een commentaar over de evolutie van het aantal allergieverwekkende stuifmeelkorrels en schimmelsporen in de lucht zijn beschikbaar via de rubriek Newsletter.

 

Daar deze periode niet overeenkomt met de bloeiperiode van allergieverwekkende planten, moet men eerder denken aan een allergie voor de huisstofmijt of aan een allergie voor de sporen van bos- en weidepaddestoelen (basidiosporen) die in de maanden september en oktober talrijk in de lucht aanwezig kunnen zijn. Sommige zouden ademhalingsallergieën kunnen veroorzaken.

1. Contact met de allergenen vermijden

Het dichthouden van ramen en deuren is één van de meest doeltreffende maatregelen om het contact met stuifmeel te vermijden. Stuifmeelkorrels bezinken immers gemakkelijk in de binnenlucht. Indien u desondanks toch naar buiten moet, kan het dragen van een zonnebril verhinderen dat het stuifmeel in contact komt met de ogen.

2. Innemen van geneesmiddelen

Het innemen van geneesmiddelen (antihistaminica, corticosteroïden ) vermindert de hooikoortssymptomen . Deze producten worden voorgeschreven door een arts. In samenspraak met uw arts kunnen ze zelfs preventief ingenomen worden.

3. Desensibilisatie

Deze behandeling is gebaseerd op de injectie van toenemende dosissen van het allergeen. De behandeling is lang en moet uitgevoerd worden door een dokter.

Een optimale behandeling kan evenwel bekomen worden door een combinatie van deze verschillende mogelijkheden.

Wij raden u ook aan om via onze website de berichten in verband met de aanwezigheid van allergieverwekkend stuifmeel in de lucht te volgen. Deze boodschappen brengen u op de hoogte over de risicoperiodes. Met behulp van uw arts kan u een behandelingsschema opstellen teneinde u te beschermen tijdens de meest kritieke periodes.

De meeste allergielijders reageren niet alleen op één enkele stuifmeelsoort maar ook op stuifmeel van gelijkaardige soorten. Zo bevatten bijvoorbeeld de bomen van de berkenfamilie (berk, hazelaar, els en haagbeuk) en deze van de beukenfamilie (eik, beuk en tamme kastanje) sterk gelijkende allergenen. Men spreekt hier van kruisreactiviteit.
Belangrijk om te weten is dat dergelijke kruisreacties zich ook kunnen voordoen tussen stuifmeel en voedingswaren. Zo kan het eten van rauwe vruchten als appels, kersen, amandelen, hazelnoten en kiwi’s bij heel wat mensen met een berkenpollenallergie problemen geven van jeuk, opzwellende lippen….

Zeelucht bevat meestal duidelijk minder stuifmeel. Dit is zeker het geval voor bomenstuifmeel. Een verblijf aan de kust gedurende de bloeiperiode van de berk (april- mei) is aan te raden voor personen die allergisch zijn voor berkenstuifmeel.

Voor grassenstuifmeel ligt de situatie anders. De invloed van de windrichting is hier niet te verwaarlozen. Zeewind bevat bijna geen grassenstuifmeel in tegenstelling tot landwind, die evenveel stuifmeel kan aanvoeren als in het binnenland. Dit verklaart waarom hooikoortslijders ( = personen met een allergie voor grassenstuifmeel) zich niet altijd beter voelen aan de kust.

Elk station is uitgerust met een Burkard Volumetric Spore Sampler die doorheen een spleet lucht aanzuigt met een debiet van 10l/minuut (ongeveer het debiet van de menselijke ademhaling). Vóór de opening beweegt een met vaseline bekleed cellofaanoppervlak met een snelheid van 2 mm/uur. Een windvaan zorgt er voor dat de opening steeds in de overheersende windrichting georiënteerd blijft. Alle luchtdeeltjes worden op het kleverige oppervlak ingezameld. Eén maal in de week, de maandagmorgen, wordt de drum met de kleefband opgestuurd naar de dienst Mycologie & Aerobiologie van Sciensano in Brussel. Daar wordt de kleefband in stukken geknipt en gemonteerd op microscoopglaasjes. De identificatie en de telling van de luchtdeeltjes gebeuren vervolgens met de microscoop en de resultaten worden uitgedrukt in dagelijks aantal korrels of sporen per m3 lucht. Tenlaatste op woensdagmorgen zijn de verschillende gegevens beschikbaar op de website. Aangezien het inzamelapparaat van Brussel zich op het dak van Sciensano bevindt, hebben we de mogelijkheid om elke werkdag in de loop van de voormiddag een aflezing van het luchtmonster uit te voeren.

Ieder jaar is uniek!

Het gemeten aantal stuifmeelkorrels en schimmelsporen wordt voornamelijk beïnvloed door de weersomstandigheden: dit zowel bij het vormen van de bloeiwijzen (voor sommige winterbloeiende bomen al in de zomer) als bij het vrijzetten van het stuifmeel (regen doet het stuifmeel uit de lucht neerslaan). Bovendien bestaat er het fenomeen “fysiologische cyclus” bij de bomen. Hierbij wordt een jaar van sterke stuifmeelproductie (dikwijls ook een jaar met sterke vruchtproductie) meestal gevolgd door een of meerdere jaren van zwakke productie.
Bovendien is een sterk jaar voor een bepaalde boomsoort niet noodzakelijkerwijze een sterk jaar voor een andere boomsoort, zelfs al bloeien beide soorten in dezelfde periode van het jaar.
Ook voor de detectie van nieuwe allergenen, die bijvoorbeeld onder invloed van de klimaatverandering zouden opduiken, dient deze surveillance verder gezet te worden.

Naast het bestaande spectrum van allergieverwekkende planten, die deel uit maken van onze natuurlijke inlandse flora moeten we op ons hoede zijn voor nieuwe indringers die zich onder invloed van de opwarming van het klimaat in onze streken zouden kunnen inburgeren. Zij kunnen ofwel spontaan in onze vegetatie opduiken, ofwel een gevolg zijn van nieuwe trends in de groensector en de tuinarchitectuur. - Enkele voorbeelden van spontaan opduikende “nieuwe” allergenen: Ambrosia, gekend als de belangrijkste hooikoortsverwekker in Noord-Amerika, werd in het begin van de twintigste eeuw via transport van granen in Europa geïntroduceerd. Deze kruidachtige plant vond een ideaal biotoop in het Middellandse zeegebied en breidde haar territorium uit tot de streek van Lyon. De laatste jaren vormt zij tevens een waar probleem voor de volksgezondheid in verschillende gebieden van Hongarije, in Wenen, in de Povlakte. Ook in Zwitserland werd zij sporadisch aangetroffen in de streek van Tessin en in Genève. Volgens inlichtingen van de Nationale Plantentuin in Meise zou de plant in België nog steeds beschouwd worden als adventief plant. Zij komt slechts sporadisch voor en vormt geen kiemkrachtig zaad. Een opwarming van het klimaat zou daar echter verandering kunnen in brengen. Het gevaar komt uit meerdere hoeken: het stuifmeel is sterk allergeen en de zaden overleven gedurende jaren in de grond! Daarenboven bloeit de plant pas in september waardoor de risicoperiode voor allergielijders aanzienlijk zou verlengd worden. Een andere sterke allergieverwekker uit Zuid-Europa is het glaskruid (Parietaria). In België komt de plant slechts op enkele plaatsen voor. Ze groeit bijvoorbeeld vrij uitbundig op de muren langs de reien in Brugge. Het belang van deze lokale vegetatie voor de ademhalingsallergieën werd tot hiertoe nog niet bestudeerd, maar ook hier bestaat het gevaar van uitbreiding van het territorium bij gunstige omstandigheden. - Volgend voorbeeld illustreert de introductie van uitheemse plantensoorten als gevolg van trends in de groensector. De olijfboom (Olea europea) is een van de grote boosdoeners in Zuid-Europa. Deze boom, die daar frequent wordt aangeplant voor de productie van olijven, behoort samen met de es (Fraxinus), de Ligustrum, het Chinees klokje (Forsythia) en de sering (Syringa) tot de Olijffamilie. Aangezien er een kruisreactiviteit bestaat tussen het stuifmeel van deze bomen, kan iemand die in het Zuiden van Frankrijk gesensibiliseerd werd voor stuifmeel van de olijf, ook bij ons problemen ondervinden bij het inademen van stuifmeel van de es. Vandaar dat er met de nodige voorzichtigheid moet omgegaan worden bij het invoeren van olijfbomen in ons land. Als dit niet gebeurt, stevenen we binnen enkele jaren af op een nieuw probleem van volksgezondheid!